motorreis-marokko-01-884

Motorreis Marokko: Langs de Sahara en over de Atlas | 28 sept. – 11 oktober

Vanaf  1.999,00

Marokko

De Sahara-duinen, het Rif gebergte, de wadi’s, ruige natuur, stijle kloven, oases en oeroude souks. Dat is met de motor nog een schep er bovenop. Je ervaart de omgeving en het rijden heel intens. Het Rif gebergte, de Sahara, Tinghit, Merzouga, Marrakech,Fes. Soms moet je ook wat uitdaging aangaan, ondanks dat je alles over asfalt kunt rijden. Een aantal routes hebben een variant zodat je ervoor kunt kiezen hoeveel kilometers je op een dag (op of van het asfalt) wilt rijden.  Om zoveel mogelijk dagen in Marokko zelf te kunnen rijden kiezen wij er dit jaar voor om de motoren naar Zuid-Spanje te transporteren en de korte ferry-overtocht naar Marokko te maken.

Lees de reportage

  • Waardering
  • Reisinhoud
    > 400 km, 300-400 km per dag
  • Activiteiten niveau Prettige mix
    6/8
  • Groepsgrootte Minimaal
    20
Alles over de Motorreis Marokko: Langs de Sahara en over de Atlas | 28 sept. – 11 oktober.

GEGARANDEERD VERTREK

  • Reisdata: 28 september t/m 11 oktober.
  • Ferry: heenreis Zuid Spanje – Marokko
  •                terugreis Marokko – Zuid Spanje
  • Prijs: Promotor-, Moto’73 en Retro & Classics abonnees €1999-, niet Promotor-abonnees €2099,- per persoon o.b.v. een 2-persoonskamer.
  • Afstanden: 2 dagen langer dan 400 km, rest van de dagen tussen 200 en 360 km.
  • Inhoud reis: motortransport, ferry-overtocht Zuid Spanje – Marokko v.v., 12 hotelovernachtingen incl. half pension, reisbegeleiding, technische support met trailer
  • Gegarandeerd vertrek: 20 deelnemers
  • Prijzen en data kunnen nog licht wijzigen ivm nieuwe ferry-timetable en tarieven 2019

Opties

  • toeslag 1-persoonskamer € 300,-.
Deze motortrip bevat de volgende zaken wel en niet.
Wat zit er bij deze motortrip?Zaken die inclusief zijn in deze motortrip.
  • retourferry Zuid Spanje – Marokko
  • transport motoren Zuid Spanje en retour
  • 12 hotelovernachtingen met diner & ontbijt
  • GPS-routes van alle 14 dagtrajecten
  • Informatiemiddag ca. 5 weken voor vertrek
  • Roadbook met alle etappes en informatie
  • Geplastificeerde kaart van Marokko
  • T-shirt
  • Reisbegeleiding & pechhulpverlening met motortrailer
  • Routes 100% over asfalt
  • Etappes van 250 tot 480 km per dag
Wat zit er niet bij deze motortrip.
  • vliegticket
  • lunch
  • overige, persoonlijke uitgaven zoals evt. tol- en tunnelgelden, drankjes tijdens eten, musea entreegelden enz.
De comfort trail naar Marokko

Marokko is eindeloos zwieren over lege wegen, in een overdonderend landschap. Goed nieuws voor wie genieten hoger op zijn lijstje heeft staan dan zwoegen: er loopt een ’comfort trail’, rechtstreeks richting Sahara. In oktober gaan we weer en je kunt mee.

Tekst Olivier Visser, foto’s Olivier Visser en Joop van Rookhuijzen

Na een paar keer zeulen met de tanktas, waar kostbaarheden als de fotocamera in zitten, houden we het voor gezien. Niemand die er een vinger naar uitsteekt. De sociale controle heeft hier aangename kantjes . En zo zal het onze hele Marokko-reis gaan. Een droomreis spookte jaren in de hoofden van reismaat Joop en van mij. En een droom is uitgekomen.

Het is ons bij voor vertrek net zo vergaan als menig Marokko-ganger: we kregen waarschuwingen mee over gezondheidsrisico’s, over vasthoudende lastpakken die als vliegen om je heen zwermen, over een gesloten cultuur die als een muur in staat tussen de bezoeker en de Marokkanen. Goed bedoeld, maar achteraf gelogenstraft.

Spoor bijster

Even lijkt het bezorgde thuisfront gelijk te krijgen: aan de Marokkaanse grens bij Nador raken we het spoor compleet bijster. Naïef als we zijn, gaan we met getrokken paspoorten langs een uniform, bij de slagboom. Jawel, die hebben zie hier nog. Verveeld wimpelt hij ons af, onverstaanbaar mompelend. Dan zijn baasjes op kantoor – extra strepen op de mouwen – maar eens proberen. Die wijzen ons ongeïnteresseerd de deur. Ten einde raad besluiten in zee te gaan met een ‘fikser’ die we al een kwartier hardnekkig in ons kielzog hebben. En dan komt er schot in. Eerst naar een opperbaas, in burger. Die zet een nummer en stempel in de paspoorten. Dan nog twee formulieren invullen, op aanwijzen van de fikser langs nog drie uniformen die een plasje doen over de papieren en we mogen Marokko binnen, na een krap uur gedoe. Even stoeien met de fikser levert een tarief op € 7. Dat een Marokkaanse arbeider daar bijna een halve dag voor moet werken zullen we later pas ontdekken. Het zal ons worst wezen. De fixer heeft een prima dag en Marokko ligt open voor ons.

Blauwe pest

We hebben Debdou, springplank naar het zuiden en krap 150 km zuidwaarts, als overnachtingsplek voor ogen. Het noordelijke Rifgebied, geboortegrond van veel medelanders van Marokkaanse afkomst, oogt rafelig en rommelig: dorpen zonder kop of staart, afgebladderde bouwsels. En besmet met de ‘blauwe pest’: achteloos weggooide blauwe plastic boodschappentasjes die zich hechten prikkeldraad, boomtakken en doornstruiken trekken een blauw spoor van haveloosheid door dit land. Dat de Rif ook een ander gezicht heeft zullen we aan het eind van de reis ontdekken.

Na Taouirt verschieten de kleuren van koud groen en grijs naar warm oker. De versteende, harde Rif maakt plaats voor vriendelijk land, gestoffeerd met zwierige eucalyptusbomen.

Als God bestaat, dan heeft hij een handje gehad in de vestigingsplaats van Debdou. Dit paradijsje rijden we binnen door een vallei, omzoomd door grafiet-grijze bergen met daar tussenin een riviertje dat dartel tussen palmen en akkers laveert. Het is alsof de luwte van het aan drie kanten door bergen beschutte Debdou in oertijden een deken van rust over het dorp heeft gelegd, waaronder het nooit meer tevoorschijn is gekomen. Gehurkt in de schaduw van hun huisjes, kijken volwassen mannen ons nieuwsgierig na. Kinderen komen joelend uit school en steken hun hand op. ‘Bonjour monsieur, ça va?’ De Franse taal krijgen ze met de paplepel ingegoten en elke schaarse kans om de taal te spreken, grijpen ze dankbaar aan. Lach van oor tot oor.

Regelen en rekenen

We hebben mazzel: een bord langs de weg verwijst naar de gîte, die we zijn tegengekomen op een vage website van Spaanse motorrijder. Tussen vliegdennen en steeneiken slingeren we omhoog tot Debdou diep onder ons ligt. Vlak voor de bergtop, aan een klaterende beek en met een waanzinnig uitzicht op de vallei waardoor we zijn aangekomen, ligt hij dan, de gîte. Maar wel gesloten. Tja, ’t is nog maar begin maart. Een jonge vent, die op het gepruttel van de motoren afkomt wijst ons naar kampeerplekken. We zijn erop voorbereid met onze piepkleine tentjes achterop. Er verschijnt een brede grijns op Joops gezicht. Wildkamperen in Marokko was zijn grootste wens en hij wordt de eerste nacht al op zijn wenken bediend. Een sanitaire stop houden we in het bos. De beek levert water voor koffie en thee.

Bij de start de volgende ochtend loopt mijn BMW R65G/S op één pit. En we hebben hele ontstekingscircuit voor vertrek gecontroleerd en contacten schoongemaakt! Het oude spul flikt ons nog wel eens een kunstje, vandaar. De boosdoener is de bougiekabel en een vervangingskabel is aan boord. Rijden! Achter de bergtop golft het onwezenlijk lege landschap, waar we thuis, achter de kaart, al verrukt over waren: het Plateau du Rekkam. Zo goed als onbewoond, terra incognita voor de reisgidsen en doorsneden door wegen die langs een liniaal zijn getrokken. Ze slingeren niet zijwaarts in bochten, maar deinen van top naar top. Nooit geweten dat rechtuitrijden zo’n genot kon zijn. Bij de eerstvolgende stop prijst Joop zich gelukkig dat hij nooit is begonnen aan een intercom. ‘Dit moet je in stilte beleven. Rijden is hier bijna een bovennatuurlijke ervaring.’ Een dijk van een reismaat, een prachtland en we zijn ontsnapt uit het leven van regelen en rekenen. Misschien is dit wel geluk.

Road blocks

Op weg naar Figuig, een tegen de grens van Algerije weggestopte oasestad, passeren we vier road blocks. De ene van de Police, de andere van de Sûreté Nationale, een van de Gendarmerie en vervolgens nog een keer de Police. Correcte kerels, in onberispelijke uniformen met kraakwitte manchetten. Ze zijn formeel, beleefd en vragen je soms het hemd van het lijf. Netjes antwoorden, documenten op verzoek tonen, vriendelijk gedag zeggen en ze leggen je geen strobreed in de weg. Na een paar road blocks krijgen we er lol in. En behendigheid. Onderin de eerste versnelling langsrollen, een salueerbeweging maken vanaf de helm. Negen van de tien keer tover je een glimlach op het gezicht van het uniform en mag je doorrijden.

De rust is neergedaald over het relaxte Figuig sinds de grens in 1992 potdicht ging. Maar de magie van de nabije, niet te overschrijven grens is er alleen maar groter op geworden. Vanaf een terras zien we auto’s en een trein rijden, in Algerije. Onwezenlijk dichtbij én onbereikbaar.

Overlevingskunst

Op basis van de kaart hebben we het dunstbevolkte deel gekozen van Marokko. En de kaart krijgt gelijk. Dit woestijnland is zo goed als onbewoond. Er is niks om op te overleven behalve in de oasen, in het stroomgebied van de schaarse rivieren. Die staan een groot deel van het jaar droog. Overlevingskunst zit Marokkanen ingebakken.

Op weg naar de zandduinen van Erg Chebbi, bij Merzouga, duikt Boudenib op, de enige plaats van omvang op een traject van 200 kilometer. Zwarte koffie houdt ons scherp. Uitgerekend in dit woestijnoord, waar zelden een reiziger aanlegt, zullen we ons beste bakkie wegwerken. ‘Grande et bien forte?, vraagt de waard. Joop, erkend koffieverslaafde, beleeft zijn geluksmoment. Vanaf het terras aan het centrale plein zien we voor onze ogen een film afspelen. Bonte figuren in gewaden, ezeltjes met onbestemde waar op hun rug, taxi’s die passagiers lozen en oppikken. Zoek een verdekt plekje op een terras, tik een uurtje stuk en je krijgt het dagelijkse leven op een presenteerblaadje.

Jongensdroom

Een half uur rijden verder scheurt het gortdroge woestijnland open en turen we verwonderd in een diepgroene kloof: de Gorge Du Ziz, levensader van een reeks oases, een groene long die diep zuidwaarts de Sahara in priemt.

Merzouga is de verwezenlijking van een jongensdroom: okerkleurige zandduinen die in de namiddag verschieten naar rood. Dadelpalmen, dromedarissen, touaregs in blauwe gewaden, alsof we in een tekenfilm belanden. We verwennen onszelf met Ksar Ksania, een in kasbah stijl gebouwde overnachtingplek. De rode zandduinen rollen hier tot aan de poort. We voelen ons bevoorrecht.

De Franse eigenaresse Françoise legt haar gasten in de watten met prima sanitair, uitstekende maaltijden en… wijn! Voor het eerst een lekker glas op Marokkaanse bodem.

Onze pogingen om via de pistes te rijden zijn tot dusver gestrand: te zwaar. Maar bij Joop blijft het kriebelen. Op weg naar onze zuidelijkste woestijnbestemming, M’hamid, raakt hij ervan verlost als we op een terras twee Portugese 1200 GS-rijders – gloednieuwe motoren – tegen het lijf lopen. De mannen komen net van de piste en zijn stuk. De een is mank, de ander loop erbij als afgebeuld lastdier. Inclusief eigen gewicht en een volle benzinetank ploegen ze 400 kilo door zand en over keien. ‘Beautiful, but this beauty is hell’, vertrouwt ‘het lastdier’ ons toe. Ik kan het niet laten triomfantelijk naar Joop te kijken. Laat ons maar lekker tuffen op asfalt, op onze bejaarde, jaren tachtig G/S-jes. Ongeschikt voor heldendaden, soms wat zwabberig in de bocht. Maar we kennen ze van haver tot gort. En van een kras of deuk erbij worden wíj niet chagrijnig.

Zandstorm

In Mhamid, ooit een pleisterplaats voor karavanen uit Timboektoe, eindigt letterlijk de weg en begint de Sahara. De luxe waaraan we ons hebben gelaafd in Merzouga staat hier op een lager pitje. Daar wandelen we zó de zandduinen in, in dít ruige land ontkom je er niet aan een rit per 4 x 4 te boeken. Dat Mhamid niet louter een spannende reisbestemming voor dromers is, leren we als de schemer plotseling ’s middags om half drie invalt. Een zandstorm hult alles in een grijze nevel. Het leven vertraagt en de gezichten van de autochtone bevolking verdwijnen achter windsels. Luiken gaan dicht. Gelukkig niet bij de dorpssmid, die hebben we nog even nodig. Een breuk in het kofferrek van de G/S last hij binnen twee minuten. Los uit het handje. Lasbril? Nooit van gehoord. Je staat versteld van waartoe vaklieden hier in staat zijn met nauwelijks middelen.

Bij vertrek, volgende ochtend, woedt de storm nog volop. Hangend tegen de harde zijwind laveren we tussen zandruggen op het asfalt. In de spiegel zie ik van Joop niet anders dan een diffuus komlamplicht, als in dichte mist. We laten de woestijn achter ons, op naar de Hoge Atlas.

Rafelige kinderen

In de Gorge des Dades slingeren we ongemerkt naar zo’n hoogte dat gore sneeuwranden opduiken in de wegberm. Als we dieper in de kloof doordringen kunnen we de loodrecht oprijzende rotswand naast de weg bijna aanraken. Het wordt kouder, de aarde schraler en de kloofbewoners armer. Zodra we een ogenblik stilstaan voor een wondermooi uitzicht op een kasbah in de groene diepte, schieten rafelige kinderen tevoorschijn. Zwarte vegen op de wangen, viltige haren en koolzwarte ogen; prachtkinderen. Schuchter schuifelen ze dichterbij en houden ze hun hand op. We komen in de verleiding de vervuilde handpalmpjes te vullen met ons kleingeld maar binnen een oogwenk zijn we omringd door wel twintig kleintjes. Met een bezwaard gemoed starten we de motoren en zwaaien de kinderen vaarwel. Handjes gaan omhoog, holle ogen staren ons na.

Verse sneeuw

De kompasnaald wijst al een paar dagen overwegend noordwaarts. De terugreis is begonnen. Op de etappe naar Midelt rijgen we de Todra kloof en de Gorges du Gheris aaneen. Die eerste werkt als een magneet op Marokko-gangers en mag er zijn, de tweede kom je in geen gids tegen en staat op ons netvlies gebrand. Een scheur in de aarde, met in de diepte een kolkende beek, omzoomd door piepkleine akkers, dadelpalmen en amandelbomen. Beeldschone berbermeiden van een jaar of zestien met bossen kruiden op hun rug, zwaaien ons lachend tegemoet. Dikke kans dat de Gorgebewoners geen idee hebben van de wereld 50 kilometer verderop, waar wij zo gemakkelijk doorheen schieten.

Vlak voor Midelt klettert de regen naar beneden. De stad oogt saai en de regen helpt niet mee. Dankbaar zijn we de Duitse motorrijder die ons tipte op Ksar Timnay een paar kilometer ten noorden van Midelt. Joekel van een hotelkamer, prima bedden en sanitair. Met zijn tweeën betalen we voor twee nachten, inclusief ontbijt en diner, nog geen vijftig euro. En ze schenken wijn! De regen die ons doordrenkte, is op de toppen van de Midden-Atlas gevallen als verse sneeuw. Vanaf het dak van onze kamer zien we een rode zon verdwijnen achter de besneeuwde toppen.

Marokkaanse Provençe

De Rif gaat in de herkansing als we doorsteken van Taza naar Nador. Urenlang laveren tussen olijf- en amandelboomgaarden, steeneiken en vliegdennen langs de weg. Als je hier plompverloren was gedropt, zou je zweren in de Provençe te zijn beland. Het kirren van cicaden is het enige dat je er nog bij moeten denken. De Rif is hier niet rauw en rafelig, maar lieflijk en harmonieus. Lange bochten verlokken tot ontspannen sturen over zo goed als lege wegen. Het motorrijden waarbij flarden van je favoriete muziek in je hoofd meeliften.

Sinds we brave burgermannen zijn met een gezin, zijn we geen van beiden nooit zo lang van huis geweest, zo realiseren we ons als de boot de haven Nador uit glijdt. Als de lichten van de Marokkaanse kust verschieten boven het kielzog van de boot, mijmeren we over het vervliegen van de tijd. 2.500 kilometer in Marokko. Het is mooi geweest.

 

 

De reisleiding
Peter Fokkema en Ellen Blommaart - reisbegeleiders

Wie zijn wij?

Wij zijn moeder en vader van vier uitwonende kinderen. Ellen werkt bij een groot engineering bureau als project secretaresse. Peter werkt voor een firma die is aangewezen door het ministerie van SZW om toezicht te houden op bedrijven met betrekking tot onder druk staande apparatuur.

Onze motorhistorie: 

Peter op zijn Honda Goldwing en Ellen op haar Harley Davidson softail springer zijn regelmatig onderweg in binnen- en buitenland. We nemen deel aan georganiseerde reizen, forumritten, zelf uitgezette toertochten, zijn regelmatig met vrienden een weekendje weg en gaan ook samen op motorvakanties door Europa.

Motortoekomst:

Jaarlijks zijn we de begeleiders voor de avontuurlijke Marokko reis waar we heel veel plezier aan beleven. Onze motoren? De Goldwing is na 200.000 km wel aan vervanging toe. De HD van Ellen is een blijvertje.

Joop van Rookhuizen - technische support

Joop heeft in een ver verleden ooit de eerste Marokko reis voor Promotor gereden en mede ontwikkelt. Hij is sindsdien van bankmanager naar motorsleutelaar gepromoveerd in zijn eigen zaak Motorkeet. Dat hij nu voor ons de technische support voor deze reis op zich neemt is puur boffen. De enige deelnemer die met auto en motortrailer achter de groep aan reist zodat je altijd verzekerd bent van hulp.

Motorreis Datum Soort Kies hieronder Prijs (P.P.) Exclusief opties  
28 september 2019 - 11 oktober 2019
Promotor abonnee
 1.999,00
28 september 2019 - 11 oktober 2019
Moto '73 abonnee
 1.999,00
28 september 2019 - 11 oktober 2019
Classics & Retro abonnee
 1.999,00
28 september 2019 - 11 oktober 2019
Geen abonnee
 2.049,00